![]() |
elk element heeft zijn eigen atoomsoort en elk atoomsoort heeft zijn eigen atoomdiameter, dus een bepaalde grootte.
zie module 2 |
![]() |
ruimtelijke vorm van molekulen
zie module 3 |
![]() |
onderschillen (sub-nivo's) van de atomen / over de elektronenverdeling buiten de atoomkern.
zie module 1 |
![]() |
De bijzondere ringstruktuur van BENZEEN
zie module 3 en module 4 |
![]() |
De elektronenstruktuur van CO2, koolstofdioxide
zie module 3 |
![]() |
de ruimtelijke struktuur van di- en tetra-chloormethaan
zie module 3 |
|
|
de Elektronegativiteit van C en H en Cl
zie module 2 en module 3 |
|
|
de analyse van de elementen C, H en O in organische verbindingen
zie module 14 |
![]() |
een normaal aminozuur heeft binnen één molekuul een (carboxyl-)zuurgroep en een (amino)basegroep |
![]() |
ammoniak is een molekuul dat de drie H-atomen aan één kant heeft en daarom polair is (N sterker electronegatief dan H) |
|
|
drie-dimensionale struktuur van een eiwit zoals Hemoglobine |
![]() |
eiwitstrukturen (primair secundair tertiair kwanternair |