3.2 Benzeen

Molekuulformule: C6H6

Elk koolstof-atoom in de ring heeft drie normale covalente bindingen Zo blijft elk C-atoom nog zitten met een 'niet gepaard elektron' dat nog kan koppelen met welk ander atoom dan ook.
In totaal dus 6 elektronen in voorraad, en deze zes gaan nu op een bijzondere manier met elkaar, dus zonder andere atomen, een speciale π-binding vormen
We behandelen hier niet de meer ingewikkelde bindingstypes, dus we versimpelen de zaak door te zeggen: die zes elektronen verkrijgen de gelegenheid om zich te verplaatsen over die ring van 6 atomen. Ze mogen zich dus vrij over die ring bewegen en verkrijgen daardoor grote beweeglijkheid. Dat betekent tegelijk: die ring wordt veel stabieler daardoor.

Opdracht 12
Onderstaand schema is het eenvoudig periodiek systeem (beperkt tot de hoofdgroepen I - 'VII)

de rode zone: de niet-metalen hebben de neiging om elektronen op te nemen en zo negatief te worden (E > ) de blauwe zone: de metalen hebben de neiging om elektronen af te staan en zo positief te worden (E< )
Leg de details uit van dit schema.
I II III IV V VI VII VIII
1 H He
2 Li Be B C N O F Ne
3 Na Mg Al Si P S Cl Ar
4 K Ca Ga Ge As Se Br Kr
5 Rb Rb In Sn Sb Te I Xe
6 Cs Bi Tl Pb Bi Po At Rn
7 Fr Ra
metalen Cs
metalloiden Po
niet-metalen Se

In de struktuurformule van een molekuul kun je eventueel alle valentie-elektronen er bij schrijven in de vorm van puntjes. Je hebt dan weer een ELEKTRONENFORMULE. Een elektronenformule hoeft zich dus niet te beperken tot één atoom.

Opdracht 13
Geef twee voorbeelden van elke formulesoort:
  1. molekuulformule
  2. struktuurformule
  3. verhoudingsformule
  4. elektronenformule
  5. ionenformule


Opdracht 14
Wat is de belangrijke reden van het ontbreken van bindingen van edelgasatomen met andere atomen of ionen?