Bij de nomenclatuur van moleculen gebruikt men vaak voorvoegsels: mono, di, tri, enz.
Voorbeeld: N2O4 wordt genoemd: distikstof tetraoxide.
Het gebruik van voorvoegsels beperkt zich tot die situaties waar verwarring kan optreden bij het weglaten ervan.
voorvoegsels die je behoort te kennen:
mono, di, tri, tetra, penta, hexa, hepta, octa, nona, deca
Voorbeeld: "koolstofoxide" is niet genoeg als naam omdat er twee van bestaan:
CO noemen we kool(stof)mon(o)oxide en de ander is kool(stof)dioxide
Moleculen van een element met waterstof krijgen vaak traditionele namen als ammoniak, water, methaan, en meer.
In de organische chemie bestaat een uitvoerig systeem met voorvoegsels.
Meta, eta, propa, buta en dan verder zoals bekend: penta, hexa, nona, deka enz.
Meer hierover verderop.
Tenslotte nog dit: er zijn zouten die - ingesloten in het ionrooster - watermoleculen bevatten. Het blijven vaste stoffen,
maar bezitten watermoleculen en we noemen dit: hidraten.
Voorbeeld: Koper(II)sulfaat pentahidraat; en een ander voorbeeld: Na2CO3.10H2O.
Opdracht 11
Tabel XI van het tabellenboek is de tabel met "oplosbaarheid van zouten in water".
Maak met deze tabel - door positieve en negatieve ionen te kombineren - minstens 20 verschillende combinaties
en geef daarvan namen en formules.
Opdracht 12
Een scheikundecursist behoort de ionen in deze tabel gewoon te kennen. Leer ze dus uit het hoofd.