5.3 Plastics; synthetische polimeren

Dit hoort bij het onderwerp "macromoleculen", die behandeld zullen worden bij de paragraaf over biochemie, met natuurlijke polimeren.
Hier beperken we ons tot enkele sintetische polimeren, die door de mens in fabrieken worden gemaakt:
plastic, nylon, kunstrubber, polyether, polyester, en poly-additie producten (PVC bijvoorbeeld)

Enkele regels voor de nomenclatuur:



Struktuur van de polymeren

  1. homopolymeren: het macromolekuul is opgebouwd uit slechts één type monomeren.
  2. copolymeren: het macromolekuul is opgebouwd uit twee of meer typen monomeren.

  1. een macromolekuul kan een lineaire struktuur hebben; het product is dan heel flexibel.
  2. een macromolekuul kan een vertakte struktuur hebben; het product is dan stug, zonder flexibiliteit.

  1. Tussen de macromoleculen kunnen dwarsverbindingen bestaan.
    Zo niet, dan heeft de struktuur dus niet een duidelijke driedimensionale struktuur, er is niet zoiets als een rooster.
    Bij verwarmen wordt het product zachter en kan zelfs smelten. We noemen dit "thermoplasten".
  2. Andere stoffen kunnen een soort rooster hebben, een driedimensionale struktuur met dwarsverbindingen.
    Zulke producten blijven hard bij verwarming. We noemen die "thermoharders".


Toepassingen

Polyeteen Plastic zakken
polypropeen plastic stoelen
polyvilnylchloride (PVC) plastic buizen voor waterafvoer e.d.
silicoon (keten van Si en O met alkylgroepen) siliconenkit
nylon (polyamide) kleren
synthetische rubber autobanden
polyester en polyether matrassen