In de scheikundesistematiek hebben alle stoffen een naam, maar ook zijn er verschillende types formules:
- Elk element heeft zijn eigen symbool. We hebben hier de elementaire formules Bedenk wel dat die altijd opgebouwd zijn uit een hoofdletter en vaak een kleine letter.
voorbeelden: Cu, H, Co, Ar
- Vervolgens de ionenformules, zowel van eenvoudige als ook van complexe ionen. Altijd komen die met een lading:
Voorbeelden: Cu2+, H3O+, Fe3+, NH4+, PO43-,
Cl-, enz. enz.
- De formule die de eenvoudigste verhouding laat zien van de samenstellende elementen noemen we empirische formule.
Die wordt toegepast in geval van stoffen met ionen en metalen.
voorbeelden: NaCl, Cu, CaO, enz.
- Het overgrote deel van de stoffen heeft een molekuulformule, die het werkelijke aantal atomen aangeeft dat van elk element
in het molekuul zit.
voorbeelden: H2O, C2H5OH.
- De electronenformule toont elk atoom of ion tezamen met zijn valentie-electronen (met streepjes of puntjes),
inclusief de gedeelde en niet-gedeelde electronen.
- en dan is er nog de struktuurformule, die eigenlijk gelijk is aan de electronenformule, maar alle niet gemeenschappelijke
electronen(paren) laat men weg.
N.B. Het getal 1 schrijft men niet in formules.
voorbeeld: Na1Cl1 of Cu1S1O4) schrijft men gewoon als NaCl en CuSO4
Opdracht 5
Geef de namen van alle formules die je hierboven bent tegengekomen.
Opdracht 6
Geef namen:
HCl; NaClO; HClO2;
KClO3; HClO4 H2S
H2SO3 H2SO4;
CuSO4.5H2O; NaH2PO4; NaHCO3;
H3O+; CaO; Pb3O4; Fe3+;
H2O;