7.4 Proteínen

(essentiële) aminozuren

Het woord "aminozuur" geeft al aan wat de samenstelling van deze verbindingen zal zijn:
Een aminozuur bevat een aminogroep (-NH2) en een carboxylgroep (-COOH).
De eenvoudigste aminozuur is 'glycine'.
H2N - CH2 - COOH


In het tabellenboek, tabel 16, kun je alle aminozuren vinden die meedoen aan de eiwitsynthese.

Opdracht 33
Geef de officiéle namen van de aminozuren Gli, Ala, Leu, Phe e Val.

Het menselijk lichaam, om eiwitten te maken, heeft vele moleculen van aminozuren nodig. Sommige aminozuren kunnen door het lichaam zelf worden gebouwd uit andere stoffen, andere weer niet. Dié aminozuren die het lichaam zelf niet kan aanmaken, moeten dus absoluut van buiten worden aangevoerd, via het voedsel dus. Deze worden "essentiéle aminozuren" genoemd.

Peptiden

Aminozuren kunnen peptidebindingen vormen.
Doen er meerdere aminozuren mee, dan kun je een aminozuurketen krijgen, waarin elk aminozuur aan het andere is gekoppeld via een peptidebinding. Er vormt zich dan een 'polypeptide'.

Opdracht 34
Met drie aminozuren (zie tabel XVI voor de stukturen) kun je verschillende tripeptiden maken.
Geef de strukturen.

(Poli)peptiden, proteïnen of eiwitten


Opdracht 35
1) ---- C - NH - CO - C - NH - CO - C - NH - CO - C - NH ----
2) ---- C - COO - C - C - COO - C - C - COO - C - C -----
3) ---- CNH2 - C - O - C - CNH2 - C - O - C - CNH2 - C - O ----
Bewering: "Struktuur 1 laat de eiwitstruktuur zien"
Is deze bewering waar of vals?


We mogen wel aanhouden dat 'polypeptiden' in feite hetzelfde zijn als 'eiwitten' of proteínen. Altijd gaat het om een enorm aantal aan elkaar gekoppelde aminozuren.
Niet elke polypeptide is per definitie ook een natuurlijk eiwit. Natuurlijke eiwitten hebben altijd een secundaire en een tertiaire struktuur en gebruiken alleen natuurlijke aminozuren.
  1. De primaire struktuur van een eiwit is de volgorde waarin al die aminozuren aan elkaar zijn gekoppeld binnen een molekuul.
  2. De secundaire struktuur is de helix (zie figuur); een spiraalvorm van de primaire struktuur.
  3. De tertiaire struktuur is de manier waarop die helix verder is opgevouwen.
  4. Soms is er ook nog een kwaternaire struktuur, als diverse pakketjes tertiaire struktuur samenwerken.

Opdracht 36
Geef in de volgende strukturen de primaire, secundaire en tertiaire struktuur aan en ook de plaats van het 'Co-enzym'.


Enzymen behoren tot de groep van proteïnen (zie de biologie).
Vaak hebben de enzym-eiwitmoleculen een actieve plaats, een Co-enzym, zoals de heemgroep in het transportenzym hemoglobine (zie figuren).