| (s) |
smelten of stollen |
| (l) |
koken of condenseren |
| (l) |
verdampen |
| (g) |
sublimeren |
| 1. Het ROOSTER is de belangrijkste factor bij het vaststellen van een smeltpunt
hoe sterk is het rooster? Smelten betekent dat het rooster wordt vernietigd en het kost nogal wat energie om een sterk rooster kapot te maken. De sterkte van een ionrooster hangt af van de ladingen en van de onderlingen afstanden Het rooster van CaO (met ladingen 2+ en 2-) zal moeilijker smelten dan dat van NaCl (met ladingen 1+ en 1-). Behalve de ladingen zijn ook nog eens de ionen van CaO kleiner. Kleinere ionen veroorzaken sterkere roosters. Zouten zullen over het algemeen hoge smeltpunten hebben. Ook de metaalroosters hangen af van ladingen en afstanden Tussen de metalen bestaan nogal wat verschillen: over het algemeen zal een metaalrooster sterk zijn (dus hoog smeltpunt), maar er zijn uitzonderingen: Kwik(l); Lood, tin, lithium, natrium, kalium hebben geen sterke roosters. Extreem sterk zijn de roosters van: Chroom, Wolffraam en Vanadium. zie ook tabellen) |
2. VANDERWAALS-KRACHTEN zijn de tweede factor bij het vaststellen van smeltpunten. Deze bestaan vooral in molekuulroosters waarvan de sterkte afhankelijk is van:
|