| Belangrijkste regels bij het oplossen van een reaktieberekening: | |
| 1 | Een kloppende reaktievergelijking opstellen en de aggregatietoestanden toevoegen. |
| 2 | Onderstreep de stoffen waarover gegevens bestaan en waarover vragen gesteld worden. De andere stoffen hoef je niet mee te nemen.
Die gegevens worden soms direct, soms indirect gegeven. De berekening doe je alleen met de onderstreepte stoffen. |
| 3 | Noteer de molverhouding |
| 4 | Waar nodig zet je mol om in de juiste eenheden (zie gegevens en het gevraagde) |
| 5 | Voer een omrekeningsfactor in om recht te doen aan de werkelijke hoeveelheden, zoals blijkt uit de gegevens. Zo beëindig je de berekening. |
| Wat is de massa en volume (standaardomstandigheden) van koolstofdioxide dat gevormd wordt bij de volledige verbranding van 4,01 g methaan? | |
| 1 | CH4(g) + 2 O2(g) |
| 2 | Onderstreep die stoffen waarover je gegevens hebt of waarover iets wordt gevraagd.
CH4(g) + 2 O2(g) |
| 3 | Dus, 1 mol CH4(g) reageert met 1 mol CO2(g) (verhouding is 1:1) |
| 4 | 16 gram CH4(g) produceren 44 gram CO2(g) (hier passen we de molecuulmassa's toe) |
| 5 | in werkelijkheid hebben we niet 16 gram, maar slechts 4 gram voor de verbranding.
De in te voeren factor is dan: 4/16. 4/16 x 16 gram CH4(g) produceren 4/16 x 44 gram CO2(g) tenslotte: standaardomstandigheden wil zeggen: bij temperatuur van 25oC en druk van 1 atm. Dan is 1 mol gas = 22,4 liter 1/16 x 44 = 11 gram CO2(g) wordt geproduceerd, dat is gelijk aan 4/16 mol = 4/16 x 22,4 liter CO2(g) = 5,6 liter |