Opdracht 6
Kies het juiste antwoord en leg je keuze uit.
Een oplossing van 25oC met pH = 7
- bevat geen zouten
- Bevat gelijke hoeveelheden H+ en OH-
- bevat geen H+ en geen OH-
- bevat geen zuur of base
Antwoord
Als zuren met basen reageren spreken we van "neutralizatie" (bij echte neutralizatie voegen we gelijke (equivalente) hoeveelheden van beiden samen).
Neutralizatie is dus altijd een zuur-base reakte met overdracht van protonen (ionen H+).
Protonen zijn niet los verkrijgbaar.
Ze zitten altijd vast aan een of ander deeltje, maar kunnen dus wel overgedragen worden, maar niet op afstand. Alleen als een zuur en een base elkaar raken, kan zo'n proton worden overgedragen.
Zuren geven dus H+ af. We kunnen dat konstateren, maar dit verschijnsel heeft een oorzaak. Waarom geven zuren waterstofionen af? Kun je aan de struktuur zien of het mogelijk is H+ af te staan?
Opdracht 7
- Zal de volgende stof een zuur zijn of niet? ofwel, zal het deeltje in staat zijn protonen af te staan?
- Probeer in je antwoord ook het polaire karakter van de bindingen in het molekuul mee te nemen
CH4 |
H2S |
NH3 |
H2O |
HCOOH |
HCl |
HCN |
H
|
H - C - H
|
H
|
H
/
S
\
H
|
H H
\ /
N
|
H
|
H
\
O
|
H
|
OH
/
H - C = 0 |
H - Cl |
H - C ≡ N |
Antwoord
Het H+-ion kan tevoorschijn komen uit een stevig polaire binding met daarin Hδ+-atomen; voorwaarde is ook dat er binnnen de struktuur afstotende krachten bestaan tussen dieHδ+ en een ander positief geladen atoom in de buurt.
Apolaire bindingen doen veelal niet mee met een zuur-base reaktie.