In module 4 werden ze al genoemd, de verschillende bases:
- Organische molekulen
Normaal gesproken zijn dat die stoffen die stikstof bevatten dat een vrij elektronenpaar heeft. Denk bijvoorbeeld aan amines en de aminozuren.
Opdracht 15
Geef de reaktievergelijking in ionenformules van de reaktie met een zuur met:
- amino-ethaan;
- Alanine.
Opdracht 16
Geef een organische stof die een tweewaardige base is (diprotonisch).
Antwoord
- Negatieve ionen
In principe kunnen alle negatieve ionen H+ vangen, opnemen en zijn dus basen, hetzij zwak, hetzij sterk. Sommige buitengewoon zwak, zoals Cl-.
Opdracht 17
Plaats in volgorde van toenemende basischiteit de volgende deeltjes; (gebruik daarbij de tabel van zuren en basen):
Br- 0H- HCO3-
H2PO4- CH3COO- CH2ClCOO- SO42- HSO4-
- Enkele positieve ionen
Kationen zijn veelal zuren, zoals we gezien hebben, maar als ze polyprotonisch zijn, meerwaardig, dus als ze meer dan één proton kunnen afstaan, dan komen we in de buurt: Als dus bijvoorbeeld het driewaardig positieve gehydrateerde Al-ion (Al(H2O)63+) één proton heeft afgestaan, dan heeft zich gevormd: Al(OH)(H2O)52+). Dit is een positief ion dat toch weer zo'n proton terug kan pakken en dus als base kan reageren. Bovendien kan dat deeltje ook nog doorgaan met protonen afstaan (en Al(OH)2(H2O)4+ vormen). Het kan dus opnemen en ook afstaan, dus het is een amfoteer deeltje.
| Al(H2O)6 |
+ |
H2O |
 |
Al(OH)(H20)5- |
+ |
H3O+ |
| zuur |
|
base |
|
base |
|
zuur |
Opdracht 18
Geef in de bovenstaande vergelijking aan waarom stoffen zuur of base zijn, zoals aangegeven; en leg uit aan welke kant de sterke en zwakke stoffen staan.
- Neutrale molekulen
Zoals bijvoorbeeld ammoniak en water (waarbij water zelfs amfoteer is)
Opdracht 19
Als de twee gassen ammoniak en waterstofchloride samenkomen vormt zich een witte rook.
- Geef de reaktievergelijking in molekuulformules
- Leg uit waarom deze reaktie een zuur-base reaktie is.