8.1 Berekeningen met pH

De belangrijkste reden om p-waarden te gebruiken is het gebruik van concentraties van zeer verdunde oplossingen. Het is veel gemakkelijker te zeggen:
pH = 6 dan [H3O+] = 10-6 mol/l.

Vergeet alsjeblieft nooit dat een hoge p-waarde altijd automatisch betekent een zeer kleine overeenkomstige werkelijke waarde.
pOH = 9 (nogal een hoge waarde) betekent dus een lage concentratie van OH--ionen:
pOH = 9 → [OH-] = 10-9 mol/l

Als je iets zegt of schrijft over concentraties kan de eenheid mol/l (mol per liter) niet ontbreken; gebruik je de p-waarde, dan heb je helemaal geen eenheid nodig.

Ter herinnering: in water met een normale temperatuur (zeg maar 20 - 25ºC) geldt: pH + pOH = pKW = 14

Dus, zodra je de pH kent, ken je ook de pOH.

Een wateroplossing heet NEUTRAAL als pH = pOH, bij welke temperatuur dan ook. Dat is het belangrijkste criterium voor een neutrale oplossing, gelijk aan de uitspraak: de concentraties van H3O+ en OH- zijn gelijk.

Opdracht 42
Leg die situatie uit van kokend water (100ºC)

Toevoeging van zuur aan een oplossing betekent dat de pH-waarde lager wordt en de p-OH-waarde wordt hoger.
Toevoeging van base betekent een hogere pH en een lagere pOH.

Opdracht 43
Zal het volgende mengsel een neutrale oplossing zijn, ja of nee?: 1 mol H2SO4 + 1 mol NaOH in water
Leg je antwoord uit.

antwoord

Opdracht 44
Leg uit welke van de twee oplossingen de laagste pH zal hebben:
  1. 1M H2SO4 of 1M HCl
  2. 1M HCl of 1M HAc

De waarden van pH kunnen best gebroken getallen zijn, zoals 3,4 en 10,7 e.d. Dat kan de wiskundige berekeningen bemoeilijken. bijvoorbeeld: als de pH=3,5 dan is de concentratie [H3O+] gelijk aan 10-3,5mol/l. Maar in het algemeen accepteren we geen gebroken exponenten. Je moet meteen zien en begrijpen dat in het voorbeeld de concentratie dus ergens moet liggen tussen de waarden 10-3 e 10-4mol/l (want de pH ligt tussen 3 en 4). Een rekenmachine geeft natuurlijk meteen de oplossing, maar zelfs zonder die machine moet je de berekening kunnen uitvoeren:

pH = 3,5 = 4 – 0,5     →       -log(4 – 0,5)     →       [H3O+] = 3 x 10-4 mol/l.