"Electrode-ruimte"; dat is de ruimte direct rondom een anode of kathode, het oppervlak incluis.
Daar vinden de halfreacties plaats bij indirecte redoxreacties.
Het kan zijn dat de kathode- en anoderuimte niet fisisch gescheiden zijn, dus dat alles plaats vindt in één oplossing of vloeistof.
Om het overal gelijk te houden wordt er soms zelf continu geroerd in de oplossing.
Maar vaak is het anders: de twee processen verlopen gescheiden en de twee electroderuimten worden zoveel mogelij apart gehouden,
door semipermeabele wanden of met zoutbruggen. Het moet semipermeabel zijn of er moet een zoutbrug zijn;
zonder dat is er geen gesloten circuit en is stroomdoorgang onmogelijk (dus ook electronenoverdracht).
In geval van een zoutbrug moet wel gezorgd worden dat de ionen van die zoutbrug zelf niet aan de redoxreactie meedoen.
De keuze voor of tegen gescheiden electroderuimten heeft alles te maken met wat men wil van de betreffende redoxreactie.
Apart houden heeft meestal tot doel om de produkten niet bij elkaar te brengen, als die producten samen reageren, bijvoorbeeld, een neerslag vormen of een gas.
Het kan ook zijn dat iemand dat juist wel wil.
Een oplossing (of een gesmolten stof) geleidt electriciteit alleen onder voorwaarde van de aanwezigheid van geladen
beweeglijke deeltjes (ionen in dit geval). De geleidbaarheid heeft alles te maken met de beweeglijkheid van die ionen:
hoe beweeglijker, des te beter de geleidbaarheid. Die beweeglijkheid, op haar beurt, hangt weer af van andere factoren:
hoeveel ionen zijn aanwezig? En: zijn ze groot of klein of erg gehydrateerd?
Soms heeft een ion (zeker het H+-ion in water-omgeving) nog speciale technieken om de beweeglijkheid extra te vergroten.