1.2 Het redoxkoppel
Een redoxreactie is altijd opgebouwd uit twee halfreacties:
| De vergelijking van koppel 1: |
red 1 |
 |
ox 1 + electronen |
| vergelijking van koppel 2: |
ox 2 + electronen |
 |
red 2 |
| Totaalvergelijking: |
red 1 + ox 2 |
 |
ox 1 + red 2 |
Het aantal electronen dat betrokken is bij een redoxreactie moet voldoen aan de regel:
ER WORDEN EVENVEEL ELECTRONEN AFGEGEVEN ALS OPGENOMEN
Electronen gaan nu eenmaal niet verloren en ook komen ze niet uit het niets tevoorschijn. Dat betekent dus dat je altijd de twee halfreactievergelijkingen zodanig kloppend moet maken dat het aantal afgegeven electronen gelijk is aan het aantal opgenomen electronen.
Voorbeeld:
| De vergelijking van koppel 1: |
Al |
 |
Al3+ + 3 e- |
| x 2 |
| vergelijking van koppel 2: |
I2+2 e- |
 |
2I- |
| x 3 |
| Totaalvergelijking: |
2Al + 3I2 |
 |
2Al3+ + 6I- |
De totaalreactie is alleen betrouwbaar als het aantal electronen dat halfreactie 1 afstaat gelijk wordt gemaakt aan het aantal electronen dat halfreactie 2 opneemt.
Voor het geval het zout aluminiumjodide onoplosbaar is, zal er sprake zijn van een vervolgreactie: de neerslagvorming van een onoplosbaar zout.
Let op: dat is hier niet het geval; controleer dat in tabel XI van het tabellenboek: oplosbaarheid van zouten in water.
Opdracht 11
Plaats een ijzeren spijker in een oplossing van koper(II)sulfaat.
De blauwe kleur van de koper(II)-ionen wordt dan lichter, kan zelfs verdwijnen, en er vormt zich een nieuwe vaste stof in het reactievat.
Geef de twee redoxkoppels en de beide vergelijkingen van de halfreacties.