1.3 De Redox-halfreactie

We hebben weer
tabel X nodig met de redoxkoppels, waar we een kolom met reductoren en een met oxidatoren tegenkomen. Naast elkaar staan telkens de bij elkaar behorende (geconjugeerde) deeltjes. Welk boek over scheikunde dan ook, altijd is er wel een redoxtabel, haast altijd wel met wat verschillen, bijvoorbeeld waar de reductoren en oxidatoren staan, waar de sterke en waar de zwakke stoffen staan. Let dus altijd goed op.

Opdracht 12
Oxidatoren en reductoren kunnen zich voordoen in de vorm van atoom, molekuul of (complex) ion.
Zoek in tabel X één voorbeeld van elk (dus drie verschillende oxidatoren en drie verschillende reductoren; schrijf ook hun halfreacties op.

Veel oxidatoren en reductoren functioneren pas in aanwezigheid van bepaalde hulpstoffen. Zo is, bijvoorbeeld, sulfaat pas in staat tot oxideren in aanwezigheid van zuur (ion H+).

Opdracht 13
Kies nog een voorbeeld van een oxidator en een reductor die hulpstoffen nodig hebben, uit tabel X;
en schrijf hun halfreacties op.

Eenzelfde deeltje (dezelfde stof) kan in de redoxtabel meerdere keren voorkomen, dat wil zeggen, op verschillende hoogte, ofwel, in sterkte variërend.
Let wel dat dit verschijnsel zich alleen voordoet bij gebruik van verschillende hulpstoffen. In principe zal altijd de sterkste reageren, maar natuurlijk onder voorwaarde dat de benodigde hulpstoffen ook echt aanwezig zijn.

Opdracht 14
Permanganaat verschijnt in sommige tabellen wel drie keer in de kolom met oxidatoren, elke keer onder verschillende condities.
Wat zal de halfreactie zijn die men gebruikt in geval van een eenvoudige oplossing van kaliumpermanganaat?

Taakje apart:
Een beetje scheikundige kent haast alle stoffen uit de redoxtabel uit het hoofd, niet alleen de formules, maar ook de namen.
Doe je best. Je weet dan ergens over mee te praten na het nieuws van acht uur.