Opdracht 53
Leg uit waarom de sterkte van de stoffen te maken heeft met een eventuele reversibiliteit.


De hidroxylgroep en hidroxybenzeen

We weten al dat een OH-groep alleen dán H+ kan verliezen/afstaan (reageren als zuur) als dat C-atoom tegelijk ook verbonden is met een O (dan hebben we het dus over een carboxylgroep).

De alifatische hidroxygroep, dat is een alkoholgroep, normaal gesproken niet als zuur optreedt en ook niet als base. De alkoholgroep is dus noch basisch noch zuur.

Slechts in het geval we een zeer agressieve, reaktieve stof toepassen, zoals het metaal Natrium, kan het gebeuren dat de OH-groep zijn H laat afpakken.

CH3 – CH2 – OH + Na· CH3 – CH2 – O- + Na+ + H·


Zodra er 2 H·-radikalen bestaan, vormt zich een H2-molekuul en dus een gas. Het andere produkt noemt men natriumethanolaat, een sterk basische stof.

In strukturen:



Opdracht 54
  1. Let goed op wat er gebeurt met de valentie-elektronen.
  2. Leg uit waarom CH3 – CH2 – O- (+ Na+ ) een zeer sterk basisch karakter bezit.
    (terwijl alkohol vrijwel geen zuur karakter heeft) De reaktie wordt niet als in evenwicht beschouwd.
  3. Is deze reaktie nu zuur-base of redox? Leg uit.