Monosacchariden

De monosacchariden kunnen zich bevinden in een lineaire of in een cyclische vorm (hierboven zie je alleen cyclische vormen).

Je kunt in onderstaande schema zien hoe glucose de lineaire en de cyclische vorm kan aannemen:


De lineaire struktuur kan gemakkelijk geoxideerd worden. dus met een zwakke oxidator; vaak gebruikt men:
Ag+ ammoniakale zilveroplossing = reagens van Tollens, of met Cu2+(Fehlings' reagens)

De cyclische vorm wordt niet gemakkelijk geoxideerd (geen =O binding voorradig), maar het is nu eenmaal zo dat de twee strukturen, de lineaire en de cyclische in oplossing met elkaar in evenwicht zijn, dus dat de lineaire struktuur er altijd bij zit en die laat zich goed oxideren. Omdat de lineaire tijdens dat proces verdwijnt en in evenwicht is met de cyclische, zal de cyclische vorm steeds meer overgaan in lineaire vorm, oftewel, alles wordt uiteindelijk toch geoxideerd.

Opdracht 19
Bestudeer goed de volgende twee afbeeldingen: glucose en fructose komen op twee manieren voor, de lineaire en de ciclische. De twee formen zijn - in waterig milieu, altijd in evenwicht met elkaar. Toch heeft alleen de lineaire struktuur de juiste groep om te oxideren (de reductorgroep).
Leg duidelijk uit waarom tijdens het redox-proces toch niet alleen de lineaire vorm, maar ook de ciclische vorm verdwijnt.