1.1 Hoe aminozuren reageren

Opdracht 5
Waar of onwaar (W / O)? over aminozuren
aminozuren dienen vooral om vetten te produceren; W / O
Er zijn 10 voor de mens essentiële aminozuren; W / O
Alle aminozuren hebben een amfoteer karakter W / O


zuur / base

Aminozuren bevatten een aminogroep, meestal NH2, en een carboxylgroep, -COOH. Daarom kan een aminozuur met basen reageren én met zuren. Het aminozuur is een amfolyt.
Als het aminozuur per molekuul 1 aminogroep en 1 carboxylgroep bevat zal de pH van de oplossing van dit aminozuur ongeveer neutraal zijn (6 - 8) Een aminozuur met extra carboxylgroepen zal een lagere pH veroorzaken en een aminozuur met extra aminogroepen zal een hogere pH veroorzaken.

Opdracht 6
Zoek de struktuur van Lysine of en leg uit welke pH een oplossing van Lysine zal hebben.
Antwoord

Het kan heel goed gebeuren dat een aminozuur zich in een omgeving bevindt waar de carboxylgroep zijn H+ afstaat aan een aminogroep. En dat kan een aminogroep zijn van een ander aminozuurmolekuul, maar net zo gemakkelijk de aminogroep van hetzelfde aminozuurmolekuul. In dat laatste geval is er dus sprake van interne proton-overdracht. Aan één kant is dat molekuul dan --COO- geworden en aan de andere kant ---NH3+. Het deeltje heeft dus zowel een positieve alsook een negatieve lading gekregen en we noemen zo'n deeltje ook wel een "dubbel-ion".
Kortom: een aminozuur kan - afhankelijk van het milieu waarin het zich bevindt - op twee manieren neutraal zijn, of positief of negatief zijn.

Opdracht 7
Welke vorm heeft een eenvoudig aminozuur in een omgeving met pH = 7?
en met pH = 2?
en met pH = 10?
Leg je antwoord uit.

Condensatie en hidrolyse

Behalve in zuur-base reakties kunnen de aminozuren ook prima meedoen aan een ander reaktietype: Condensatie. Daarbij wordt de aminogroep van het ene molekuul gekoppeld aan de OH-groep van een ander molekuul, onder afsplitsing van een watermolekuul. Op deze manier worden twee aminozuren aan elkaar gekoppeld d.m.v. een "peptidebinding".

Opdracht 8
Zoek de strukturen op van Valine en Alanine en laat zien hoe deze op twee verschillende manieren in een condensatiereaktie aan elkaar kunnen koppelen, waarbij dipeptiden ontstaan.