| tegengestelde ladingen trekken elkaar aan; gelijke ladingen stoten elkaar af. |
De ION-binding = aantrekking tussen positieve en negatieve deeltjes. |
| Het IONROOSTER. |
Metaalbinding = aantrekkingskracht tussen (negatieve vrije) elektronen en (positieve) metaalionen in een rooster |
|
Opdracht 6 is een actie-opdracht
[een actie-opdracht moet je in groepjes proberen op te lossen. Soms zijn er opdrachten bij die je als praktikum kunt uitvoeren] Je doet een aantal (8) opdrachten volgens een vast patroon van (tien) vragen (de vragenlijst). Je krijgt eerst een voorbeeld(reactie van ijzer met zwavel). Met dat voorbeeld bespreken we eerst al die vragen, zodat je bij de 8 opdrachten weet wat je moet doen. Het is niet de bedoeling dat je de reakties ook zelf echt doet. Het blijft dus theorie, papierwerk.
De vraag is elke keer of de twee stoffen met elkaar reageren en, zo ja, wat je dan kunt weten over de chemische binding tussen die twee. Elke reactie moet je bestuderen aan de hand van de vragenlijst hieronder.
|
| mono | 1 | di | 2 | tri | 3 | tetra | 4 | penta | 5 |
| hexa | 6 | hepta | 7 | okta | 8 | nona | 9 | deka | 10 |
| CO | (mono)kool(stof)mon(o)oxide |
| CO2 | (mono)kool(stof)dioxide |
| P2O5 | (di)fosforpentaoxide |
| P2O3 | (di)fosfortrioxide |
| N2O | NO | N2O3 | CuCl | PbS | SO2 |

Covalente bindingen = gemeenschappelijk gebruik van elkaars electronen door twee atomen |
| I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII | |
| 1 | H | He | ||||||
| 2 | Li | Be | B | C | N | O | F | Ne |
| 3 | Na | Mg | Al | Si | P | S | Cl | Ar |
| 4 | K | Ca | Ga | Ge | As | Se | Br | Kr |
| 5 | Rb | Rb | In | Sn | Sb | Te | I | Xe |
| 6 | Cs | Bi | Tl | Pb | Bi | Po | At | Rn |
| 7 | Fr | Ra |
| metalen | Cs |
| metalloiden | Po |
| niet-metalen | Se |
| enkelvoudig: | Na+ Cl- H+ |
| samengesteld: | H3O+ OH CO32- |
| Metaalbindingen | veel metalen hebben een lage E |
| Ionbindingen | ΔE: > ±1,6 |
| Covalente bindingen
- covalent, niet polair - covalent, polair |
0 < ΔE < ±1,6
0 < ΔE: < ±0,4 ΔE: > ±0,4 |
| CS2 (ΔE = ±0) | CO2 (ΔE = ±1.0) | H2O (ΔE = ±1.3) |
| Covalente bindingen | Covalente bindingen | Covalente bindingen |
| Niet polaire moleculen | Niet polaire moleculen | Polaire moleculen |
| Er is geen dipool | Er is geen dipool | Dipool |
| Er zijn geen δ+ en δ- | Er zijn δ+ en δ- waarvan de zwaartepunten elkaar overlappen | De zwaartepunten van δ+ en δ- overlappen elkaar niet (bevinden zich op afstand van elkaar) |
|
S=C=S
|
O = C = O
δ- δ+ δ- |
δ+
δ+
H H \ / O δ- |

|
Opdracht 27 is een actie-opdracht:
[een actie-opdracht moet je in groepjes proberen op te lossen. Soms zijn er opdrachten bij die je als praktikum kunt uitvoeren] Onderstaande reacties ben je al eerder tegen gekomen. De bedoeling is dat je elke reactie behandelt volgens de vragenlijst met de zes vragen.
|
| Een H-atoomδ+ bevindt zich tussen twee δ- -atomen. |
Bij chemische reakties zullen altijd atomen van elkaar worden gescheiden en vervolgens gaan ze weer - op een nieuwe manier - aan elkaar koppelen. |