REACTIES VAN ZUREN EN BASES |
Inleiding
Het woord "zuur" komt van de smaak die de mens altijd al kent uit de praktijk van citroenen en azijn, en wat altijd al met zuur werd aangeduid. Maar pas op! Er zijn in de chemie maar weinig zuren die je op die manier kunt of mag uitproberen. Proef nooit de smaak van een chemische stof!! Het kan heel gevaarlijk zijn. Zo'n zuur kan giftig zijn om zo sterk dat het meteen gaat reageren met andere stoffen in je mond, slokdarm of maag. Het kan je bek uitbranden!
Naast het woord 'zuur' , of als tegenhanger eigenlijk, hebben we de 'base'. In de scheikunde zijn zuren en basen elkaars tegengestelde, maar wat betekent dat in de praktijk? Is er ook een soort base-smaak? Zijn er dagelijkse stoffen die basisch zijn? Ja dus. Er zijn mensen die weten hoe zeep smaakt. Daar heb je er zo een met een basisch karakter, net als soda (=natriumcarbonaat). De definities van zuur en base lopen nogal uiteen en zijn tegenwoordig anders dan vroeger. De meest bekende is momenteel de definitie op grond van protonen. Een base noemen we nu niet meer een stof die OH--ionen afstaat. Dat gebeurde vroeger wel. En sommige simpele leerboeken hanteren deze definitie soms nog. |
Opdracht 2
Geef zo volledig mogelijk de elektronenstrukturen van het atoom H en van de ionen H+, H-, OH- en (H3O+).
Opdracht 3
Leg uit waarom men voor een zuur ook wel het woord "protondonor" gebruikt.
Inhoudsopgave: |
||
CH4 |
H2S |
NH3 |
H2O |
HCOOH |
HCl |
HCN |
|
H
| H - C - H | H |
H
/ S \ H |
H H
\ / N | H |
H
\ O | H |
OH
/ H - C = 0 |
H - Cl | H - C ≡ N |
| Al(H2O)6 | + | H2O | Al(OH)(H20)5- | + | H3O+ | |
| zuur | base | base | zuur |
H2O |
+ |
H2O |
H3O+ |
+ |
OH- |
ΔH > 0 |
|||
| zwakke base | zwak zuur | sterk zuur | sterke base |
| zure oplossingen | basische oplossingen | |||||||||||||
| HA | + | H2O | H3O+ | + | A- | A- | + | H2O | HA | + | OH- | |||
| zuur | base | zuur | base | base | zuur | zuur | base | |||||||
| A-is de geconjugeerde base van het zuur HA | HA het geconjugeerde zuur van de base A- | |||||||||||||
| [water treedt hier op als base] | [water treedt hier op als zuur] | |||||||||||||
| zure oplossingen | basische oplossingen | |||||||||||||
| HA | + | H2O | H3O+ | + | A- | A- | + | H2O | HA | + | OH- | |||
| zuur | base | zuur | base | base | zuur | zuur | base | |||||||
| A-is geconjugeerde base van zuur HA | HA is geconjugeerd zuur van base A- | |||||||||||||
| KA = zuurkonstante | KB = basekonstante | |||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
| Als KA heel groot is (of pKA is heel klein), is HA een zeer sterk zuur | Als KB heel erg groot is (of pKB is heel klein), dan is A- een zeer sterke base | |||||||||||||
Een evenwicht verplaatst zich altijd naar de kant van de zwakken |
||||||||||||||
| concentratie | waarde van KA of KB | waarde van de pH van de oplossing | |
| A | 0,1M HCl | ||
| B | 0,1M HAc | ||
| C | 0,3M HN3 | ||
| D | 1M Na2CO3 |
| pH | -1 |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
| pOH | 15 |
14 |
13 |
12 |
11 |
10 |
9 |
8 |
7 |
6 |
5 |
4 |
3 |
2 |
1 |
0 |
-1 |
zeer sterke en/of geconcentreerde zure oplossingen |
zure oplossingen |
neutrale oplossingen |
basische oplossingen |
zeer sterke en/of geconcentreerde basische oplossingen |
|||||||||||||
| fenolftaleïne | methylrood | |
| ammoniak(aq) | carmijnrood |
geel |
| HCl(aq) | kleurloos |
rood |

| Definitie:
Een water-oplossing:
|
of
| waar? | welke zijn de enzymen? | de waarden |
| In de maag | peptase, rennase en lipase | 1,5 - 4 |
| In de darmen | maltase, saccharase, lactase, ereptase | 6,6 - 8,5 |

I. Periode 2, Li - F |
Verbindingen met Waterstof (hydriden) | LiH BeH2 BH3 {CH4} NH3 H2O HF |
| Sterke Base ----------------------zwakke base - neutraal ---- zwak zuur | ||
| Van links naar rechts zien we een geleidelijke overgang van base naar zuur, waarbij water een echt neutrale stof is en CH4 ook, maar om andere redenen dan water. Het hydride-ion (H-) is zeer basisch en kan worden afgestaan door LiH en BeH2. BH3 en NH3 hebben de neiging om H+ op te nemen, dus zijn zwak basisch, waarbij NH3 zwakker is dan BH3. | ||
| Verbindingen met waterstof én zuurstof | LiOH Be(OH)2 B(OH)3 = H3BO3 H2CO3 (=H4CO4) HNO3 [H2O)] HFO3 | |
| Base ----------------------------amfoteer ----------- zwak zuur ---------sterk zuur | ||
| Van links naar rechts heb je weer een verandering van base naar zuur, waarin water ook een stof is met waterstof en zuurstof en dat blijft buiten deze analyse. Het element B verbonden met zuurstof en waterstof kan Boriumhydroxide vormen óf Boorzuur (kan één H afsplitsen). Die twee zijn gelijk, zijn hetzelfde. Deze stof noemen we een amfotere stof of wel een amfolyt. | ||
II. Periode 3, Na - Cl |
Verbindingen met Waterstof (hydriden) | NaH MgH2 AlH3 {SiH4} PH3 H2S HCl |
| sterke base ------------------ zwakke base --- zwak zuur ---- sterk zuur | ||
| Van links naar rechts zien we een verandering van basisch naar zuur, met SH4 om diverse redenen neutraal.
Het ion H- is zeer basisch en kan worden afgestaan door LiH en BeH2. BH3 e NH3 hebben juist de neiging om ionen H+ (protonen) op te nemen. waarbij NH3 zwakker base is dan BH3. |
||
| Verbindingen met waterstof én zuurstof | NaOH Mg(OH)2 Al(OH)3=H3AlO3=HAlO2 H4SiO4=H2SiO3 H3PO4 H2SO4 HClO3 | |
| Base --------------------- amfoteer ----------------- zwak zuur ------------------ sterk zuur | ||
| Van links naar rechts heb je een verloop van basisch naar zuur.
Het element Al, verbonden aan zuurstof en waterstof, kan een amfotere stof opleveren. |
||
III. Groep 1, Li – Cs |
Verbindingen met Waterstof (hydriden) | LiH - NaH - KH - RbH - CsH (Het zijn allemaal hydriden) |
| Base --------------------- zeer sterke base | ||
| Het ion H- is een ion met een zeer sterk basisch karakter | ||
| Verbindingen met waterstof én zuurstof | LiOH NaOH KOH RbOH CsOH | |
| Base --------------------------- zeer sterke base | ||
| Het zijn allemaal sterke basen door de aanwezigheid van het ion OH-
Het zijn allemaal ionbindingen. De ionstralen van de positieve ionen nemen toe van boven naar beneden. |
||
IV. Groep 5, N - Bi |
Verbindingen met Waterstof (hydriden) | NH3 PH3 AsH3 SbH3 BiH3 (Allemaal zijn het hydriden) |
| zwakke base --------------------- sterke base | ||
| Het ion H- is een ion met een zeer sterk basisch karakter | ||
| Verbindingen met waterstof én zuurstof | HNO3 H3PO4 H3AsO4 H3SbO4 H3BiO4 | |
| sterk zuur ---- zwakker zuur ----- amfoteer ------ zwakke base | ||
| Van boven naar beneden verliezen deze stoffen hun zure karakter | ||
V. Groep 6, O - Po |
Verbindingen met Waterstof (hydriden) | H2O H2S H2Se H2Te H2Po |
| amfoteer ------- zwak zuur ------------ sterkere zuren | ||
| Het ion H- is een ion met een zeer sterk basisch karakter | ||
| Verbindingen met waterstof én zuurstof | H2O H2SO4 H2SeO4 H2TeO4 H2PoO4 | |
| amfoteer---- sterk zuur ------ zwakkere zuren | ||
VI. Grupo 7, F - At |
Verbindingen met Waterstof (hydriden) | HF HCl HBr HI HAt |
| zwak zuur ------- sterke zuren | ||
| Verbindingen met waterstof én zuurstof | (HFO3) HClO3 HBrO3 HIO3 HAtO3 | |
| Bestaat niet sterk zuur --------- zwakkere zuren | ||
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||

| Het is de bedoeling dat je een aantal zuur-base reakties gaat onderzoeken aan de hand van onderstaande 8 aktiepunten. | Zo mogelijk krijg je in een praktikumlokaal de benodigde stoffen. Anders blijft het bij een gedachtenexperiment.
Na elke waarneming moet je proberen een (voorlopige) konklusie te trekken. |
| De 8 aktiepunten voor elke reaktie zijn: | De te onderzoeken reakties zijn: |
|
|
Welke deeltjes zijn bij de reaktanten aanwezig? (ionenformules, molekuulformules, struktuurformules.)
|
|||||||||||||
| Welke van die deeltjes zijn de sterkst aanwezige zuur en base en tot welke kategorie behoren zij?
sterkst aanwezige zuur is het oxaalzuur H2C2O4 sterkst aanwezige basis moet zijn: OH- |
|||||||||||||
| Onderzoek de oplossingen met lakmoespapier en met universeel indikatorpapier of een pH-meter. De afgelezen zuurtegraad moet je noteren. Let op: het zuur in een brede reageerbuis.
In de praktijk zal blijken: de zuuroplossing krijgt met lakmoes een rode kleur en de kalkwater oplossing wordt blauw. De overige gegevens kunnen alleen met de juiste apparatuur worden afgelezen |
|||||||||||||
| Schrijf de protolysereakties op van het zuur en de base. Indien het zuur of de base méér dan één proton kan afstaan of opnemen, schrijf dan meerdere protolysereakties op.
zuur: H2C2O4 base: OH- + H+ |
|||||||||||||
Schrijf de totaalreaktie op; zoveel mogelijk met ionenformules. Aan welke kant ligt het evenwicht?
omdat er een neerslag wordt gevormd (het zout calciumoxalaat) verdwijnen de produkten uit het evenwicht. Oftewel: het evenwicht schuift helemaal naar rechts, naar de produkten. |
|||||||||||||
Schrijf de formules op van de produkten. (ionen-, molekuul- en struktuurformules)
|
|||||||||||||
| Voeg aan het zuur enkele druppels indikator toe en voeg daarna met kleine beetjes tegelijk de base toe aan het zuur.
Noteer de waarnemingen en kontroleer of deze overeenkomen met de totaalreaktie en met de tabel. Alleen uit te voeren in het laboratorium. Maar je zult zien dat elke keer de kleuromslag plaats vindt. |
|||||||||||||
| Zijn er vervolgreakties? Zo ja, schrijf ze op.
In eerste instantie worden oxalaat-ionen en water gevormd, maar meteen blijkt dat de Calcium-ionen (van het kalkwater) met de oxalaat-ionen een slecht oplosbaar zout vormen; er zal dus een neerslagvorming gezien worden. Er vormt zich een vast stof. De oplossing wordt wit-troebel. |
| Het is de bedoeling dat je drie buffermengsels gaat maken en controleren aan de hand van de rechtsonderstaande 6 actiepunten.
Daartoe kan gekozen worden uit de onderstaande zes stoffen die in de juiste hoeveelheid moeten worden afgewogen of afgetapt: |
Zo mogelijk krijg je in een praktikumlokaal de benodigde stoffen.
Hopelijk kun je gebruik maken van een praktikumlokaal. Anders blijft het bij een gedachtenexperiment. Noteer je waarnemingen en conclusies |
| De te gebruiken stoffen zijn: | De 6 aktiepunten voor elke reaktie zijn: |
|
|
Dit kan alleen maar in de praktijk gedaan worden. Je kunt wel het volgende verwachten: een paar druppels sterk zuur (zoals zoutzuur) toegevoegd aan gedestilleerd water zal meteen een flinke daling van de pH veroorzaken. Het gedestilleerde water zou een pH van ongeveer 6 kunnen hebben en meteen na toevoeging van het zuur daalt die pH tot bijvoorbeeld 2. Echter, als je datzelfde zuur toevoegt aan het buffermengsel met pH 10, dan zal de pH nauwelijks dalen. Bijvoorbeeld van 10 naar 9,9
Dit kan alleen maar in de praktijk gedaan worden. Je kunt wel het volgende verwachten: een paar druppels sterke base (zoals natriumhydroxide) toegevoegd aan gedestilleerd water zal meteen een flinke stijging van de pH veroorzaken. Het gedestilleerde water zou een pH van ongeveer 6 kunnen hebben en meteen na toevoeging van de base stijgt die pH tot bijvoorbeeld 10. Echter, als je diezelfde base toevoegt aan het buffermengsel met pH 10, dan zal de pH nauwelijks stijgen. Bijvoorbeeld van 10 naar 10,1 |