SCHEIKUNDIGE REACTIES |
InleidingDe eerste 6 modules van de cursussen Scheikunde gaan over stoffen en hun eigenschappen, terwijl vanaf deze module 7 de aandacht gaat naar hoe die stoffen en hun eigenschappen veranderingen kunnen ondergaan.In een chemische reaktie heb je reagentia die producten vormen, nieuwe stoffen met nieuwe eigenschappen. Vaak worden natuurkundige veranderingen, zoals verdampen, tijdelijk genoemd en scheikundige veranderingen, zoals in reakties, blijvend. Let wel, niet altijd is het onderscheid zo eenvoudig te maken. De onderwerpen van deze module: gedrag van deeltjes bij een chemische reaktie, de reaktievergelijking, reaktieberekeningen, energie en energiediagrammen, de reaktiesnelheid en de verschillende reaktietypes. |
2. Chemische reakties en Energie |
||


| Belangrijkste regels bij het oplossen van een reaktieberekening: | |
| 1 | Een kloppende reaktievergelijking opstellen en de aggregatietoestanden toevoegen. |
| 2 | Onderstreep de stoffen waarover gegevens bestaan en waarover vragen gesteld worden. De andere stoffen hoef je niet mee te nemen.
Die gegevens worden soms direct, soms indirect gegeven. De berekening doe je alleen met de onderstreepte stoffen. |
| 3 | Noteer de molverhouding |
| 4 | Waar nodig zet je mol om in de juiste eenheden (zie gegevens en het gevraagde) |
| 5 | Voer een omrekeningsfactor in om recht te doen aan de werkelijke hoeveelheden, zoals blijkt uit de gegevens. Zo beëindig je de berekening. |
| Wat is de massa en volume (standaardomstandigheden) van koolstofdioxide dat gevormd wordt bij de volledige verbranding van 4,01 g methaan? | |
| 1 | CH4(g) + 2 O2(g) |
| 2 | Onderstreep die stoffen waarover je gegevens hebt of waarover iets wordt gevraagd.
CH4(g) + 2 O2(g) |
| 3 | Dus, 1 mol CH4(g) reageert met 1 mol CO2(g) (verhouding is 1:1) |
| 4 | 16 gram CH4(g) produceren 44 gram CO2(g) (hier passen we de molecuulmassa's toe) |
| 5 | in werkelijkheid hebben we niet 16 gram, maar slechts 4 gram voor de verbranding.
De in te voeren factor is dan: 4/16. 4/16 x 16 gram CH4(g) produceren 4/16 x 44 gram CO2(g) tenslotte: standaardomstandigheden wil zeggen: bij temperatuur van 25oC en druk van 1 atm. Dan is 1 mol gas = 22,4 liter 1/16 x 44 = 11 gram CO2(g) wordt geproduceerd, dat is gelijk aan 4/16 mol = 4/16 x 22,4 liter CO2(g) = 5,6 liter |
Dus,
Tijdens een chemische reaktie treedt altijd verandering op van chemische energie.
Er zijn drie mogelijkheden:
| De produkten hebben méér energie dan de reagentia |
In dit geval hebben de produkten dus energie gewonnen, wat alleen kan als het systeem van buitenaf energie heeft verkregen (ΔH > 0). |
| De produkten hebben minder energie dan de reagentia |
Hier hebben de reagentia dus energie verloren; het systeem heeft energie afgestaan naar buiten (ΔH < 0). |
| De produkten hebben een gelijke energie als de reagentia |
In dit geval is er sprake van een chemische evenwichtsreaktie (ΔH = 0). |

Een ander voorbeeld van een unimoleculaire reaktie is de ontleding van N2O4.
Met voldoende energie zal het molecuul zich verdelen in twee delen (NO2).
Verder is dit een zeer elementaire reaktie: bstaat uit slechts één stap.
Opdracht 30
Leg uit dat deze ontledingsreaktie het omgekeerde is van de reaktie in de navolgende figuur:

Opdracht 41A